De typebeschijvingen, zoals vastgesteld in artikel 14 van het Stamboek en Registratiereglement, bij algemene vergadering op 24 januari 2009 en 18 april 2009. Alle ter keuring aangeboden Tinkers, worden voorafgaand aan de beoordeling door de jury, sinds 2004, ingedeeld in type en beoordeeld op "het in type staan". Hiermee wordt bedoeld hoe goed het dier het ideaal typebeeld benadert.

Tinkers die voor type 70 punten of meer toebedeeld krijgen, maken kans op een sterpredikaat als ter keuring minimaal 210 punten gehaald worden. Tinkers die op type minimaal 75 punten halen, kunnen ter promotie naar een modelverklaring worden aangeboden.

       

                                                                                                                                                                                                

  

Grai

  

  

Cob

  

  

Vanner

  

  

In   tegenstelling tot de Cob , is de grai meer verfijnd gebouwd . De grai   heeft ook de rustige en zelfverzekerde uitstraling.
  
  Kleur
  Bont gekleurd. Echter ook andere, bij pony’s/paarden, bekende kleuren zijn   toegestaan.

  


  Hoofd
  Klein en sierlijk. Ramshoofd komen sporadisch voor.

  


  Ogen
  Vrijmoedige, intelligente ogen. Maanogen en halvemaanogen toegestaan.

  


  Oren
  Goed geplaatst. Staan rechtop, niet té dicht op elkaar, wijzen naar voren en   zijn klein
  tot normaal van grootte.
   

  

Kaken en keelgang
  Kaken zijn normaal aanwezig, passend bij het hoofd. Keelgang is niet   overdreven ruim.
   

  

Hals
  Normaal tot goed qua lengte. Halsopzet die meer naar het verticale neigt. De   hals mag
  niet te arm bespierd zijn en moet voldoende hoog uit de borst komen. Een   onderhals
  wordt niet graag gezien.
   

  

Schoft
  Een voldoende tot goede schoftontwikkeling en vooral geleidelijk in de rug   overlopend.
   

  

Schouder
  Goed van lengte. Een beduidend schuinere schouder dan de Cob en de Vanner.
   

  

Voorbenen
  Het beenwerk moet hard en droog zijn en tevens correct geplaatst. Het   beenwerk is fijn
  en past zodoende bij het totale verfijnde uiterlijk van dit type. De   voorbenen goed geplaatst. Van de voorkant gezien loodrecht met onder een   hoefbreedte tussenruimte.
  Van opzij gezien loodrecht tot en met de kogel, de koot onder een hoek van 45   graden
  ten opzichte van de bodem. De pijp van het voorbeen niet te lang, de koot   voldoende
  lang en verend. De gewrichten goed ontwikkeld, vooral droog en goed   gefundeerd.
   

  

Rug en lendenen
  Lengte van de rug passend bij het type. Sterk en goed aangesloten. Neiging   naar een
  wat langere rug is toegestaan.

  

  

Borst
  Niet te breed en niet te smal.
   

  

Ribben
  Goed gewelfd. Ruggengraat mag niet zichtbaar zijn.
   

  

Kruis
  Voldoende van lengte en qua ligging iets afhellend. Voldoende breed en   bespierd, echter niet te rond.
   

  

Achterbenen
  Het beenwerk moet hard en droog zijn en tevens correct geplaatst. Het   beenwerk is fijn
  en past zodoende bij het totale verfijnde uiterlijk van dit type. Van   achteren gezien
  rechte achterbenen. Van opzij gezien goed gesteld en sterk. De schenkel dient   voldoende lang en bespierd te zijn. De gewrichten goed ontwikkeld, vooral   droog en bovendien goed gefundeerd. De spronggewrichten moeten groot, plat en   droog zijn. De hoek bij de spronggewrichten dient ongeveer 150 graden te   zijn. De koot maakt een
  hoek van ongeveer 55 graden ten opzichte van de bodem.
   

  

Hoeven
  De voeten moeten gelijk gevormd zijn, de hoeven hard en niet té groot.
   

  

Behang benen
  Wat minder ruim aanwezig tot normaal.
   

  

Manen
  Wat minder ruim aanwezig tot normaal.
   

  

Beweging
  Een krachtige, strekkende beweging, waarbij elk gewricht voldoende goed   gebruikt
  wordt

  

 

  

  

Robuust,   stevig en over het algemeen compact gebouwd paard met een rustige   en zelfverzekerde uitstraling.
  
  Kleur

  Bont gekleurd. Echter ook andere, bij pony’s/paarden, bekende kleuren zijn   toegestaan.
   

  

Hoofd
  Klein en recht. Breed voorhoofd. Hoofd staat in verhouding tot rest van het   paard.
  Ramshoofd toegestaan.
   

  

Ogen
  Vrijmoedige, intelligente ogen. Maanogen en halvemaanogen toegestaan.
   

  

Oren
  Goed geplaatst. Staan rechtop, niet té dicht op elkaar, wijzen naar voren en   zijn klein
  tot normaal van grootte.
   

  

Kaken en keelgang
  Kaken zijn geprononceerd aanwezig, passend bij de totale bouw van het paard.   Keelgang is niet overdreven ruim.
   

  

Hals
  Stevig aangezette hals, normaal tot kort van lengte. Mag iets diep uit de   borst komen.
  Onderhals wordt niet graag gezien. Volwassen hengsten hebben een neiging tot   een
  zware manenkam.
   

  

Schoft
  Een voldoende tot goede schoftontwikkeling en vooral geleidelijk in de rug   overlopend.
  Platte schoften worden gesignaleerd.
   

  

Schouder
  Overwegend goed van lengte en qua ligging vaak steil.
   

  

Voorbenen
  Het beenwerk moet hard en droog zijn. Het beenwerk is normaal tot soms iets   zwaar,
  maar passend bij het type. De voorbenen goed geplaatst. Van de voorkant   gezien loodrecht met onder een hoefbreedte tussenruimte. Van opzij gezien   loodrecht tot en met
  de kogel, de koot onder een hoek van 45 graden ten opzichte van de bodem. De   pijp
  van het voorbeen niet te lang, de koot voldoende lang en verend. De   gewrichten goed
  ontwikkeld, vooral droog en goed gefundeerd.

  

  

Rug en   lendenen
  Lengte van de rug passend bij het geheel. Sterk en goed aangesloten. Neiging   naar
  een korte rug is toegestaan.
   

  

Borst
  Niet te breed en niet te smal.
   

  

Ribben
  Goed gewelfd. Ruggengraat mag niet zichtbaar zijn.
   

  

Kruis
  Voldoende van lengte en qua ligging iets afhellend. Voldoende breed en   bespierd.
   

  

Achterbenen
  Het beenwerk moet hard en droog zijn en tevens correct geplaatst. Het   beenwerk is
  normaal tot soms iets zwaar, maar passend bij het geheel. Van achteren gezien   rechte
  achterbenen. Van opzij gezien goed gesteld en sterk. De schenkel dient   voldoende
  lang en bespierd te zijn. De gewrichten goed ontwikkeld, vooral droog en   bovendien
  goed gefundeerd. De spronggewrichten moeten groot, plat en droog zijn. De   hoek bij
  de spronggewrichten dient ongeveer 150 graden te zijn. De koot maakt een hoek   van
  ongeveer 55 graden ten opzichte van de bodem.
   

  

Hoeven
  De voeten moeten gelijk gevormd zijn, de hoeven hard.
   

  

Behang benen
  Normaal tot veel, passend bij het type.
   

  

Manen
  Normaal tot veel, passend bij het type.
   

  

Beweging
  Een krachtige, functionele beweging, waarbij elk gewricht voldoende goed   gebruikt
  wordt.

  

 

  

  

Robuust,   stevig en over het algemeen compact gebouwd paard met een rustige en   zelfverzekerde uitstraling.

  

Kleur
  Bont gekleurd. Echter ook andere, bij ponies / paarden, bekende kleuren zijn   toegestaan.
   

  

Hoofd
  Recht met een breed voorhoofd en niet overdreven groot. Het staat in   verhouding tot
  rest van het paard. Ramshoofd is toegestaan.
   

  

Ogen
  Vrijmoedige, intelligente ogen. Maanogen en halvemaanogen toegestaan.
   

  

Oren
  Goed geplaatst. Staan rechtop, niet te dicht op elkaar, wijzen naar voren en   zijn klein
  tot normaal van grootte.
   

  

Kaken en keelgang
  Kaken zijn geprononceerd aanwezig, passend bij de totale bouw van het paard.   Keelgang is niet overdreven ruim.
   

  

Hals
  Overwegend een korte zware hals. De hals mag niet te arm bespierd zijn en   dient voldoende hoog uit de borst te komen. Een onderhals wordt niet graag   gezien. Volwassen
  hengsten hebben een neiging tot een zware manenkam.
   

  

 

  

Schoft
  Een voldoende tot goede schoftontwikkeling en vooral geleidelijk in de rug   overlopend.
  Platte schoften komen voor.
   

  

Schouder
  Overwegend goed van lengte en qua ligging vaak steil.
   

  

Voorbenen
  Het beenwerk moet hard en droog zijn. Het beenwerk is wat zwaar, maar passend   bij
  het type. De voorbenen goed geplaatst. Van de voorkant gezien loodrecht met   onder
  een hoefbreedte tussenruimte. Van opzij gezien loodrecht tot en met de kogel,   de koot
  onder een hoek van 45 graden ten opzichte van de bodem. De pijp van het   voorbeen
  niet te lang, de koot voldoende lang en verend. De gewrichten goed   ontwikkeld, vooral
  droog en goed gefundeerd.

  

  

Rug en   lendenen
  De rug is normaal van lengte en passend bij het type. Sterk en goed   aangesloten. Neiging naar een korte rug is toegestaan.
   

  

Borst
  Gespierde brede borst.
   

  

Ribben
  Goed gewelfd. Ruggengraat mag niet zichtbaar zijn.
   

  

Kruis
  Voldoende van lengte en qua ligging iets afhellend. Voldoende breed en flink   bespierd.
   

  

Achterbenen
  Het beenwerk moet hard en droog zijn en tevens correct geplaatst. Het beenwerk   is
  wat zwaar, maar passend bij het geheel. Van achteren gezien rechte   achterbenen. Van
  opzij gezien goed gesteld en sterk. De schenkel dient voldoende lang en   bespierd te
  zijn. De gewrichten goed ontwikkeld, vooral droog en bovendien goed   gefundeerd. De
  spronggewrichten moeten groot, plat en droog zijn. De hoek bij de   spronggewrichten
  dient ongeveer 150 graden te zijn. De koot maakt een hoek van ongeveer 55   graden
  ten opzichte van de bodem.
   

  

Hoeven
  De voeten moeten gelijk gevormd zijn, de hoeven groot en hard.
   

  

Behang benen
  Normaal met een neiging tot veel.
   

  

Manen
  Normaal met een neiging tot veel.
   

  

Beweging
  Een krachtige, functionele beweging, waarbij elk gewricht voldoende goed   gebruikt
  wordt. Duwende bewegingen komen voor.